ECLI:NL:CRVB:2005:AU2778
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H.J. Simon
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking AOW-uitkering weduwe woonachtig in Marokko na overlijden echtgenoot
Appellante, een weduwe woonachtig in Marokko, had een AOW-pensioen ontvangen gebaseerd op de verzekeringsjaren van haar overleden echtgenoot. Na het overlijden van haar echtgenoot op 5 januari 2002 werd haar AOW-uitkering ingetrokken door de Sociale Verzekeringsbank. De rechtbank Amsterdam bevestigde deze intrekking en de Centrale Raad van Beroep heeft dit oordeel bekrachtigd.
De Raad overwoog dat op grond van het Algemeen Verdrag inzake Sociale Zekerheid tussen Nederland en Marokko en het bijbehorende Administratief Akkoord, appellante geen aanspraak kan maken op een ouderdomspensioen na het overlijden van haar echtgenoot. De benaderingswijze van de Sociale Verzekeringsbank, waarbij het zelfstandig pensioenrecht van de echtgenote vervalt bij overlijden van de echtgenoot, wordt aanvaard zolang er geen nieuwe voorzieningen zijn die de discrepantie tussen de gewijzigde AOW en het verdrag opheffen.
Tenslotte wees de Raad het beroep van appellante af, ook omdat het nieuwe Verdrag van 22 juni 2000 geen relevante wijzigingen bevat voor haar situatie. Wel werd een nieuw AOW-pensioen toegekend met ingang van november 2004 op basis van het Verdrag van 30 september 1996, dat op 4 april 2005 in werking trad.
Uitkomst: De intrekking van de AOW-uitkering aan de in Marokko wonende weduwe na het overlijden van haar echtgenoot wordt bevestigd.