ECLI:NL:CRVB:2005:AU2790
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- J.W. Schuttel
- M.S.E. Wulffraat-van Dijk
- Rechtspraak.nl
Beoordeling WAO-uitkering centrale verwarmingsmonteur met hartklachten
Appellant, werkzaam als centrale verwarmingsmonteur, viel uit met hart- en vaatklachten en vroeg een WAO-uitkering aan. Na medisch onderzoek en arbeidsdeskundig advies werd zijn arbeidsongeschiktheid vastgesteld op ongeveer 32%, wat leidde tot een WAO-uitkering van 25-35%.
Appellant voerde in hoger beroep aan dat zijn rugklachten ten onrechte buiten beschouwing waren gelaten en dat hij meer beperkt was dan vastgesteld. De Raad oordeelde dat de subjectieve klachten niet werden ondersteund door objectieve medische gegevens en dat het medisch en arbeidsdeskundig onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd.
De Raad concludeerde dat het bestreden besluit van het UWV standhoudt en bevestigde het eerdere vonnis van de rechtbank. Tevens werd opgemerkt dat latere verslechteringen van de gezondheidstoestand buiten dit geding vallen, maar wel nader onderzocht zullen worden door het UWV.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de WAO-uitkering van 25-35% blijft gehandhaafd.