ECLI:NL:CRVB:2005:AU2903
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- J.W. Schuttel
- M.S.E. Wulffraat-van Dijk
- Rechtspraak.nl
Intrekking WAZ-uitkering na beoordeling medische geschiktheid en arbeidsvermogen
Betrokkene ontving sinds 1984 een arbeidsongeschiktheidsuitkering die in 1998 werd omgezet in een WAZ-uitkering. Het UWV trok deze uitkering in 2001 in op basis van medisch onderzoek waaruit bleek dat betrokkene lichte, zittende werkzaamheden kon verrichten. Betrokkene betwistte dit en stelde dat zijn lichamelijke en psychische beperkingen onvoldoende waren meegewogen.
De rechtbank oordeelde aanvankelijk dat het UWV onvoldoende medische grondslag had voor de intrekking en vernietigde het besluit. Zowel het UWV als betrokkene gingen in hoger beroep. De Centrale Raad van Beroep liet een onafhankelijke psychiater rapporteren, die beperkte psychische beperkingen vaststelde maar geen volledige arbeidsongeschiktheid.
De Raad concludeerde dat de geselecteerde functies passend waren gezien de medische gegevens, inclusief de arthroseproblematiek van betrokkene. De Raad vond de rapportage van de onafhankelijke deskundige overtuigend en volgde diens oordeel dat betrokkene niet volledig arbeidsongeschikt was.
Daarmee vernietigde de Raad het vonnis van de rechtbank en verklaarde het beroep van betrokkene ongegrond. De intrekking van de WAZ-uitkering door het UWV bleef in stand. Ook werd geen proceskostenvergoeding aan betrokkene toegekend.
Uitkomst: Het beroep van betrokkene wordt ongegrond verklaard en de intrekking van de WAZ-uitkering door het UWV blijft in stand.