ECLI:NL:CRVB:2005:AU2906
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H. van Leeuwen
- T.L. de Vries
- H.J. Simon
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening AOW-pensioen wegens ontbreken duurzaam gescheiden leven bij geregistreerd partnerschap
Appellant ontving vanaf 1995 een AOW-pensioen voor een ongehuwde. Na het aangaan van een geregistreerd partnerschap in 2002 met zijn partner, die op zijn adres stond ingeschreven, heeft de Sociale verzekeringsbank het pensioen herzien naar het gehuwdenpensioen. Appellant stelde dat hij en zijn partner duurzaam gescheiden leefden, omdat zij elk hun eigen huishouden hadden en alleen in het weekend samen waren.
De rechtbank oordeelde echter dat de feitelijke omstandigheden, zoals het gezamenlijk onderhouden van sociale contacten, gezamenlijke activiteiten en het verblijf van de partner in het weekend, niet wijzen op een duurzaam gescheiden leven. De Centrale Raad van Beroep bevestigde dit oordeel en stelde dat het ontbreken van financiële verstrengeling en het oogmerk van het geregistreerd partnerschap voor successierechten niet tot een ander oordeel leiden.
De Raad benadrukte dat duurzaam gescheiden leven betekent dat beiden ieder afzonderlijk hun eigen leven leiden als ware zij niet gehuwd, en dat dit uit de feiten ondubbelzinnig moet blijken. In dit geval was dat niet het geval. Daarom was de herziening van het pensioen naar het gehuwdenpensioen terecht. De Raad wees een vergoeding van proceskosten af en bevestigde de uitspraak van de rechtbank.
Uitkomst: De herziening van het AOW-pensioen naar het gehuwdenpensioen is terecht en het beroep wordt ongegrond verklaard.