ECLI:NL:CRVB:2005:AU2919
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Janssen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WAO-uitkering naar 45-55% arbeidsongeschiktheid
Appellante stelde hoger beroep in tegen een beslissing van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) om haar WAO-uitkering te herzien van 80-100% naar 45-55% arbeidsongeschiktheid per 26 december 2001. De rechtbank Arnhem had het beroep ongegrond verklaard.
Appellante voerde aan dat haar medische beperkingen werden onderschat en dat zij niet in staat is om 20 uur per week te werken. Zij baseerde zich onder meer op een arbeidspsychologisch onderzoek van februari 2000, waarin een geleidelijke opbouw van arbeid werd aanbevolen. De Raad oordeelde echter dat dit onderzoek niet specifiek gericht was op functionele beperkingen door ziekte en dateerde van ruim vóór de datum in geschil.
De Raad vond geen objectieve medische gegevens die de vastgestelde belastbaarheid in twijfel trokken en achtte de subjectieve klachten van appellante niet doorslaggevend. Ook zag de Raad geen aanleiding om het besluit met betrekking tot de arbeidskundige component te vernietigen. De aangevallen uitspraak werd bevestigd en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De herziening van de WAO-uitkering naar 45-55% arbeidsongeschiktheid wordt bevestigd.