ECLI:NL:CRVB:2005:AU3053
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Janssen
- G.J.H. Doornewaard
- N.J. Haverkamp
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering te veel betaalde WAO-uitkering en termijnbetaling
Appellante, arbeidsongeschikt sinds 1991 en sinds 2000 ingedeeld in de WAO-klasse 80-100%, is vanaf 21 mei 2001 gaan werken voor 20 uur per week. Gedaagde (UWV) besloot op basis van haar inkomen de uitkering te herzien naar de klasse 15-25% en vorderde het te veel betaalde bedrag van €3987,90 terug. Tevens werd vastgesteld dat terugbetaling in maandelijkse termijnen van €267,46 zou plaatsvinden.
Appellante voerde verweer met een beroep op een telefoongesprek met een medewerker van gedaagde, waarin haar zou zijn meegedeeld dat de aanpassing van haar uitkering nauwelijks financiële gevolgen zou hebben. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond voor de besluiten tot herziening en terugvordering en niet-ontvankelijk voor de invorderingsbeslissing.
In hoger beroep stelde appellante dat het haar niet duidelijk was dat zij te veel uitkering ontving en herhaalde haar beroep op het telefoongesprek. De Raad oordeelde dat het voor appellante redelijkerwijs duidelijk had kunnen zijn dat zij te veel ontving, mede gelet op haar inkomen en het eerdere salaris. Het telefoongesprek leverde geen ondubbelzinnige toezegging op die terugvordering zou uitsluiten.
De Raad bevestigde de uitspraak van de rechtbank voor zover het de besluiten tot herziening en terugvordering betreft. Het beroep tegen de invorderingsbeslissing is niet aan de orde omdat appellante daartegen geen grieven heeft gericht. De terugvordering en de termijnbetaling blijven daarmee in stand.
Uitkomst: De terugvordering van te veel betaalde WAO-uitkering en de vaststelling van het termijnbedrag worden bevestigd.