ECLI:NL:CRVB:2005:AU3055
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H. van Leeuwen
- T.L. de Vries
- H.J. Simon
- Rechtspraak.nl
Vernietiging terugvordering toeslag aan in Turkije woonachtige uitkeringsgerechtigde
Appellant, woonachtig in Turkije en arbeidsongeschiktheidsuitkering ontvangend, werd geconfronteerd met een terugvordering van een onverschuldigd betaalde toeslag van € 62,64. Dit volgde op een besluit van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) dat de toeslag vanaf 1 januari 2000 in drie jaar zou worden afgebouwd.
De rechtbank Amsterdam verklaarde het beroep ongegrond, stellende dat er geen bijzondere omstandigheden waren om af te zien van terugvordering. Het UWV had de teveel betaalde toeslag verrekend met de vakantie-uitkering van appellant.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde echter dat de grondslag voor de terugvordering was komen te vervallen, omdat de toeslagafbouw voor in Turkije woonachtige uitkeringsgerechtigden met terugwerkende kracht vanaf 1 januari 2001 was hersteld en nabetaald. Hierdoor kon het bestreden besluit niet in stand blijven en werd zowel het bestreden besluit als het primaire besluit vernietigd.
De Raad wees een vergoeding van proceskosten af wegens gebrek aan bewijs van kosten. Het UWV werd bovendien verplicht het griffierecht van € 116 aan appellant te vergoeden.
Deze uitspraak benadrukt het belang van correcte toepassing van wettelijke bepalingen en het herstel van onrechtmatige terugvorderingen in het socialezekerheidsrecht.
Uitkomst: Het bestreden besluit en het primaire besluit worden vernietigd en de terugvordering van toeslag komt te vervallen.