ECLI:NL:CRVB:2005:AU3066
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H.J. Simon
- Rechtspraak.nl
Afwijzing AOW-aanvraag wegens ontbreken verzekering en ingezetenschap
Appellant, geboren in 1936 en Iraaks staatsburger, diende in mei 2003 een aanvraag in voor een AOW-uitkering. Deze aanvraag werd afgewezen omdat appellant nooit verzekerd is geweest voor de AOW. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en stelde vast dat appellant sinds zijn aankomst in Nederland in september 1997 niet voldeed aan de voorwaarden voor verzekering en ingezetenschap.
De Raad onderschrijft de overwegingen van de rechtbank en stelt vast dat appellant zijn stelling dat hij verzekerd was niet heeft onderbouwd. De Raad merkt op dat appellant in de periode vanaf zijn aankomst tot de inwerkingtreding van de Koppelingswet op 1 juli 1998 slechts een voorwaardelijke verblijfsvergunning had, wat een zwakke juridische binding met Nederland inhoudt. Daarnaast ontbrak het aan een toereikende economische en sociale binding.
Vanaf 1 juli 1998 tot zijn 65ste verjaardag in 2001 stond de Koppelingswet aan zijn verzekering in de weg. Appellant had geen rechtmatig verblijf zoals vereist en voldeed niet aan uitzonderingen op deze regel. De Raad bevestigt daarom het bestreden besluit en verklaart het hoger beroep ongegrond.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de afwijzing van de AOW-aanvraag omdat appellant nooit verzekerd was en niet voldeed aan ingezetenschapsvereisten.