ECLI:NL:CRVB:2005:AU3071
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- B.J. van der Net
- M.C.M. van Laar
- C.M. van Wechem
- Rechtspraak.nl
Beoordeling bovenmatigheid daggeldvergoeding aan in Duitsland werkzame werknemers
Appellanten zijn in hoger beroep gegaan tegen de uitspraak van de rechtbank Zutphen die oordeelde dat de daggeldvergoeding van 40 gulden per dag voor in Duitsland werkzame werknemers voor 30 gulden bovenmatig is en als loon moet worden beschouwd. De rechtbank vernietigde een eerder besluit van het UWV wegens onvoldoende onderzoek naar de hoogte van de correcties en gaf opdracht tot een nieuw besluit.
Het UWV nam een nieuw besluit waarbij het bezwaar van appellante 1 deels werd gehonoreerd, maar het standpunt handhaafde dat slechts een deel van het daggeld een reële vergoeding betrof. Appellanten betwistten dit, maar konden geen concrete gegevens overleggen ter onderbouwing van hun standpunt dat het gehele daggeld een reële vergoeding was.
De Raad onderschreef de overwegingen van de rechtbank en voegde toe dat appellanten geen administratie hadden bijgehouden en dat een steekproef onvoldoende was. Ook het beroep op eerdere jurisprudentie en het gelijkheidsbeginsel faalde omdat de situaties niet vergelijkbaar waren. De Raad verklaarde het beroep tegen het nieuwe besluit ongegrond en bevestigde de eerdere uitspraak.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit van 1 september 2004 wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.