ECLI:NL:CRVB:2005:AU3111
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.A. Hoogeveen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging beslag op WW-uitkering binnen wettelijke grenzen ondanks persoonlijke omstandigheden
Appellant is in hoger beroep gekomen tegen een uitspraak van de rechtbank Zutphen waarin werd geoordeeld dat het beslag op zijn WW-uitkering door het LBIO rechtmatig was. De rechtbank had vastgesteld dat de betalingsbeslissing van 2 maart 1998 binnen de wettelijke grenzen van het beslag bleef en dat er in de bestuursrechtelijke procedure van de geldigheid van het beslag moet worden uitgegaan, ook al had appellant aangevoerd dat zijn persoonlijke omstandigheden niet waren meegewogen.
De Centrale Raad van Beroep onderschrijft het oordeel van de rechtbank en neemt diens motivering over. Het hoger beroep voegt geen nieuwe gronden toe die aanleiding geven tot een ander oordeel. De Raad concludeert daarom dat de uitspraak van de rechtbank bevestigd kan worden.
Verder ziet de Raad geen aanleiding om proceskosten toe te wijzen op grond van artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht. De beslissing is genomen in het openbaar op 14 september 2005, waarbij mr. M.A. Hoogeveen als voorzitter het vonnis heeft gewezen.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat het beslag op de WW-uitkering binnen de wettelijke grenzen blijft en wijst het hoger beroep af.