ECLI:NL:CRVB:2005:AU3132
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - meervoudig
- C.G. Kasdorp
- G.L.M.J. Stevens
- T. Hoogenboom
- Rechtspraak.nl
Afwijzing van WUBO- en WUV-uitkeringen voor kind uit gemengd huwelijk wegens onvoldoende bewijs oorlogsgeweld en vervolging
Eiser, geboren in 1930 als kind van een Joodse vader en niet-Joodse moeder, diende aanvragen in voor uitkeringen op grond van de Wet uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers (WUBO) en de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers (WUV). De aanvragen werden afgewezen omdat onvoldoende was aangetoond dat eiser oorlogsgeweld had ondervonden of vervolging had doorgemaakt zoals vereist.
Eiser voerde aan dat hij onder meer ondergedoken heeft gezeten, getuige was van arrestatie van zijn vader en dat de omstandigheden waaronder hij de oorlogsjaren doorbracht ongunstiger waren dan die van andere kinderen uit gemengde huwelijken. De Raad oordeelde dat de onderduik niet effectief was omdat eiser formeel op hetzelfde adres stond ingeschreven en dat de confrontaties met geweld niet voldeden aan de criteria van de wet.
Ook de psychische klachten van eiser werden beoordeeld, waarbij werd vastgesteld dat deze weliswaar deels gerelateerd zijn aan de oorlog, maar niet zodanig ernstig of sinds de oorlog aanwezig dat zij tot gelijkstelling met vervolgden leiden. De Raad concludeerde dat de besluiten van verweersters redelijk en rechtmatig waren en wees de beroepen af.
De Raad sprak geen proceskosten toe en benadrukte dat de discretionaire bevoegdheid van verweerster bij de WUV slechts terughoudend kan worden getoetst. De omstandigheden van eiser onderscheidden zich onvoldoende van die van andere kinderen uit gemengde huwelijken om tot een andere uitkomst te komen.
Uitkomst: De beroepen van eiser tegen de afwijzing van WUBO- en WUV-uitkeringen worden ongegrond verklaard wegens onvoldoende bewijs van oorlogsgeweld en vervolging.