ECLI:NL:CRVB:2005:AU3194
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- C.W.J. Schoor
- M. Greebe
- Rechtspraak.nl
Weigering WAO-uitkering wegens ontbreken van beperkingen door ziekte of gebrek
Appellant, voormalig leerling-schoenhersteller, viel uit wegens depressieve klachten en vroeg een WAO-uitkering aan. Na medisch en arbeidskundig onderzoek concludeerde het UWV dat appellant per 7 augustus 2000 geschikt was voor gangbaar werk en daarom geen recht had op een WAO-uitkering. Het voorschot op de uitkering werd ingetrokken.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, stellende dat er geen medisch objectiveerbare beperkingen waren. Appellant voerde in hoger beroep aan dat hij langdurige depressies en beperkingen had, en verzocht om benoeming van een deskundige. De Raad stelde vast dat uitgebreid onderzoek door verzekeringsarts, psychiater en psycholoog geen aanwijzingen gaf voor psychopathologie of beperkingen die arbeidsongeschiktheid rechtvaardigen.
De Raad verwierp ook het bezwaar over de tolk en de vermeende onzorgvuldigheid van het onderzoek. Hoewel de beslissing op de aanvraag van appellant ruim overschreden werd, leidde dit niet tot een recht op uitkering. De Raad bevestigde het bestreden besluit en oordeelde dat appellant niet arbeidsongeschikt is binnen de betekenis van de WAO.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WAO-uitkering wegens het ontbreken van medisch objectieve beperkingen.