ECLI:NL:CRVB:2005:AU3205
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- B.J. van der Net
- G. van der Wiel
- C.P.M. van de Kerkhof
- Rechtspraak.nl
Bevestiging dienstbetrekking op grond van sociale werknemersverzekeringswetten bij samenwerkingsovereenkomst
In deze zaak staat centraal de vraag of tussen appellante en betrokkene, die via zijn vennootschap een samenwerkingsverband onderhield, sprake is van een privaatrechtelijke dienstbetrekking die verzekeringsplicht op grond van de sociale werknemersverzekeringswetten met zich meebrengt.
De rechtbank Rotterdam had eerder geoordeeld dat op basis van een schriftelijke samenwerkingsovereenkomst de elementen van een dienstbetrekking aanwezig zijn, zoals persoonlijke dienstverrichting, loonbetaling en gezagsverhouding. De rechtbank vond materiële indicaties voor gezag, waaronder een concurrentiebeding en exclusiviteit van de werkzaamheden.
Appellante voerde in hoger beroep aan dat de praktijk van de arbeidsrelatie anders was dan de overeenkomst deed vermoeden, maar de Raad achtte onvoldoende concrete aanknopingspunten om daarvan uit te gaan. Betrokkene werkte vrijwel exclusief voor appellante, trad op als speciale adviseur binnen haar kernactiviteiten en ontving loon via een declarabel uurtarief. De Raad concludeerde dat aan alle voorwaarden voor een privaatrechtelijke dienstbetrekking was voldaan en bevestigde het bestreden vonnis.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat tussen appellante en betrokkene sprake is van een privaatrechtelijke dienstbetrekking met verzekeringsplicht.