ECLI:NL:CRVB:2005:AU3323
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J.S. Spaas
- J.W. Schuttel
- C.W.J. Schoor
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit en toekenning schadevergoeding inzake toeslag Toeslagenwet
Appellante vroeg in november 2000 een toeslag aan op grond van de Toeslagenwet, met terugwerkende kracht vanaf 28 oktober 2000. Later verzocht zij om toeslag vanaf 1 januari 1996 tot 28 oktober 2000 toe te kennen. Het UWV weigerde dit op grond van artikel 11, zevende lid, van de Toeslagenwet, dat een terugwerkende kracht van maximaal één jaar toestaat, tenzij sprake is van een bijzonder geval.
De rechtbank verklaarde het bezwaar ongegrond en bevestigde dat geen bijzonder geval aanwezig was. In hoger beroep herhaalde appellante haar grieven. Het UWV wijzigde daarop het besluit deels door toeslag toe te kennen vanaf 1 januari 2000 tot 28 oktober 2000, maar niet voor de jaren 1996-1999.
De Raad oordeelt dat het beroep mede ziet op het besluit van 2 december 2003 en vernietigt zowel het bestreden besluit als het latere besluit. Er is geen bijzonder geval aanwezig, omdat appellante en haar gemachtigde op het aanvraagformulier konden afleiden dat toeslag slechts één jaar terug kan worden toegekend. Tevens had appellante kunnen informeren of bezwaar maken na het besluit van 26 januari 2001.
De Raad bepaalt dat de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand blijven om appellante niet in een slechtere positie te brengen. Daarnaast veroordeelt de Raad het UWV tot vergoeding van wettelijke rente als schadevergoeding en tot betaling van proceskosten van in totaal €966,- en het griffierecht van €116,-.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het besluit vernietigd, en het UWV veroordeeld tot schadevergoeding en proceskosten.