ECLI:NL:CRVB:2005:AU3512
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - meervoudig
- H.J. Simon
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid bezwaar tegen uitblijven tijdige WAO-beslissing
Appellant had een aanvraag ingediend voor een WAO-uitkering, waarop bij besluit van 3 juni 1997 werd beslist dat hij geen uitkering zou ontvangen omdat hij minder dan 25% arbeidsongeschikt was. Appellant maakte bezwaar tegen dit besluit, maar dit bezwaar werd ongegrond verklaard bij besluit van 24 augustus 1999. Tegen dit laatste besluit werd geen beroep ingesteld, waardoor het in kracht van gewijsde is gegaan.
Appellant stelde dat hij het besluit van 24 augustus 1999 nooit had ontvangen en dat hij volledig arbeidsongeschikt was. Hij maakte bezwaar tegen het uitblijven van een tijdige beslissing op zijn aanvraag. De Raad oordeelde dat het bezwaar tegen het uitblijven van een tijdige beslissing terecht niet-ontvankelijk was verklaard, omdat er al eerder op de aanvraag was beslist en dat besluit rechtsgeldig was bekendgemaakt.
Het hoger beroep van appellant werd afgewezen en de uitspraak van de rechtbank Amsterdam werd bevestigd, met een verbetering van de motivering. De Raad zag geen aanleiding om toepassing te geven aan artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.
Uitkomst: Het bezwaar tegen het uitblijven van een tijdige beslissing is terecht niet-ontvankelijk verklaard omdat reeds op de aanvraag was beslist.