ECLI:NL:CRVB:2005:AU3517
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H.J. Simon
- Rechtspraak.nl
Weigering WAO-uitkering wegens ontbreken onafgebroken arbeidsongeschiktheid van 52 weken
Appellant, die van 1966 tot 1980 in Nederland heeft gewerkt en daarna terugkeerde naar Marokko, verzocht om een WAO-uitkering wegens arbeidsongeschiktheid die in 1980 zou zijn begonnen. De verzekeringsarts concludeerde op basis van dossieronderzoek dat er geen onafgebroken periode van 52 weken arbeidsongeschiktheid was aan te wijzen sinds de ziekmelding in 1980.
De Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) nam daarop een besluit tot weigering van de WAO-uitkering, dat na bezwaar werd gehandhaafd. De rechtbank Amsterdam oordeelde dat de medische informatie onvoldoende was om het vereiste onafgebroken arbeidsongeschiktheidstijdvak aan te tonen, mede vanwege de lange periode tussen ziekmelding en aanvraag.
Appellant stelde in hoger beroep geen nieuwe feiten of gronden aan, waarop de Centrale Raad van Beroep het oordeel van de rechtbank bevestigde en het hoger beroep ongegrond verklaarde. De Raad overwoog dat het risico van onduidelijkheid bij het niet tijdig melden van arbeidsongeschiktheid voor rekening van appellant blijft.
De uitspraak werd gedaan door rechter H.J. Simon, waarbij de Raad de overwegingen van de rechtbank overnam en het bestreden besluit handhaafde.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van de WAO-uitkering gehandhaafd.