ECLI:NL:CRVB:2005:AU3585
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H. van Leeuwen
- T.L. de Vies
- H.J. Simon
- Rechtspraak.nl
Passendheid functies en motivering bij WAO-schatting onvoldoende
Appellant, geboren in 1948, was werkzaam als productiemedewerker en kampte met elleboogklachten en later buikklachten. Na meerdere weigeringen van een WAO-uitkering door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) en een eerdere rechtbankuitspraak, stelde appellant hoger beroep in bij de Centrale Raad van Beroep.
De medische beoordeling door de verzekeringsarts en bezwaarverzekeringsarts concludeerde dat appellant geschikt was voor lichte, afwisselende werkzaamheden, met beperkingen voor elleboogbelasting. De arbeidsdeskundige stelde vijf passende functies vast. Appellant betwistte dit en voerde aan dat zijn beperkingen werden onderschat en dat de functies niet passend waren.
De Raad oordeelde dat de medische feiten en het belastbaarheidspatroon voldoende waren gemotiveerd en dat de bezwaren onvoldoende onderbouwd waren. Wel constateerde de Raad dat de functie van brugwachter zonder nadere motivering ongeschikt was geselecteerd, waardoor de functie printplatenmonteur leidend werd. Dit leidde tot een hogere inschaling in de arbeidsongeschiktheidsklasse. De Raad vernietigde het bestreden besluit en bepaalde dat het UWV een nieuw besluit moet nemen, waarbij de proceskosten aan appellant worden toegekend.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd en het UWV wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen met inachtneming van de uitspraak.