ECLI:NL:CRVB:2005:AU3588
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H. van Leeuwen
- T.L. de Vries
- H.J. Simon
- Rechtspraak.nl
Beperking terugwerkende kracht herziening toeslag AOW wegens WAO-uitkering echtgenoot
De zaak betreft een hoger beroep van de Sociale verzekeringsbank tegen een uitspraak van de rechtbank Alkmaar over de herziening van een toeslag op de AOW-uitkering van gedaagde. De herziening vond plaats omdat de echtgenote van gedaagde een WAO-uitkering ontving, wat volgens de wetgeving invloed heeft op de hoogte van de toeslag.
De rechtbank had geoordeeld dat gedaagde redelijkerwijs niet kon weten dat hij vanaf 1 januari 2001 teveel toeslag ontving, mede omdat appellant niet had gereageerd op de mededeling van gedaagde over de WAO-uitkering en de informatie over de invloed van inkomsten op de toeslag ontoereikend was. De Raad stelt echter dat gedaagde dit wel had kunnen begrijpen, gezien de verstrekte informatie en de inkomensopgaveformulieren.
De Raad neemt het standpunt van appellant over dat de toeslag terecht is herzien, maar erkent dat volledige terugwerkende kracht onredelijk is. Daarom wordt de terugwerkende kracht beperkt tot de helft van de periode. De Raad bevestigt de uitspraak van de rechtbank, met de kanttekening dat appellant een nieuwe beslissing op bezwaar moet nemen met inachtneming van deze uitspraak.
Uitkomst: De herziening van de toeslag AOW wordt bevestigd, maar de terugwerkende kracht wordt beperkt tot de helft van de periode.