ECLI:NL:CRVB:2005:AU3650
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.W.J. Schoor
- Rechtspraak.nl
Bevestiging WAO-uitkering van 15-25% ondanks pijnklachten rechterarm
Appellante kreeg per 6 september 2001 een WAO-uitkering toegekend op basis van een arbeidsongeschiktheid van 15 tot 25%. Zij maakte bezwaar tegen dit besluit vanwege pijnklachten aan haar rechterarm en stelde dat zij geen benutbare arbeidsmogelijkheden meer had. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en ook in hoger beroep handhaaft de Centrale Raad van Beroep dit oordeel.
De Raad overwoog dat de verzekeringsartsen van gedaagde beschikten over uitgebreide medische informatie, waaronder rapporten van een neuroloog en huisarts. Appellante heeft geen nieuwe medische gegevens ingebracht die haar stellingen ondersteunen. De Raad achtte het standpunt van gedaagde dat appellante wel degelijk in staat is passende werkzaamheden te verrichten, juist.
Daarmee is het bestreden besluit in stand gebleven en is de toekenning van de WAO-uitkering van 15-25% bevestigd. De Raad vond geen aanleiding om af te wijken van de eerdere uitspraak van de rechtbank.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de toekenning van een WAO-uitkering van 15-25% en wijst het hoger beroep af.