ECLI:NL:CRVB:2005:AU3668
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.W.J. Schoor
- Rechtspraak.nl
Beoordeling juistheid medische beperkingen en geschiktheid voor functies bij WAO-uitkering
Appellant heeft bezwaar gemaakt tegen een besluit van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) waarin hem een WAO-uitkering werd toegekend met een arbeidsongeschiktheidspercentage van 35 tot 45%. Appellant betwistte de juistheid van de medische beoordeling en stelde dat hij volledig arbeidsongeschikt is vanwege aanhoudende rugklachten sinds april 2000.
De rechtbank Arnhem verklaarde het beroep tegen het bezwaar ongegrond en ook in hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep werd dit oordeel bevestigd. De Raad vond geen aanwijzingen dat de medische beperkingen van appellant op de relevante datum ernstiger waren dan door de verzekeringsartsen was vastgesteld.
De medische gegevens die appellant aanvoerde betroffen een latere periode en waren niet relevant voor de datum van beoordeling. De Raad concludeerde dat appellant met inachtneming van zijn beperkingen geschikt is voor de geselecteerde functies en dat het bestreden besluit in rechte stand kan houden.
De uitspraak werd in het openbaar uitgesproken door voorzitter C.W.J. Schoor en griffier T.R.H. van Roekel op 27 september 2005.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het bestreden besluit blijft in stand.