ECLI:NL:CRVB:2005:AU3676
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.W.J. Schoor
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WAO-uitkering wegens geschiktheid voor eigen werk ondanks rug- en psychische klachten
Appellante, werkzaam als klassenassistente, viel uit wegens psychische klachten en rugklachten. Na behandeling werd haar WAO-uitkering toegekend met een arbeidsongeschiktheidspercentage van 80-100%. Later stelde een verzekeringsarts vast dat de psychische klachten niet meer actueel waren en dat zij geschikt was voor rugsparende arbeid zonder psychische beperkingen. Een arbeidsdeskundige concludeerde dat zij geschikt was voor haar maatgevende functie.
Gedaagde trok de WAO-uitkering in op grond van deze bevindingen. Appellante maakte bezwaar en voerde aan dat er tegenstrijdigheden waren in het medisch rapport en dat zij nog onder behandeling was bij de huisarts. De bezwaarverzekeringsarts concludeerde dat het onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd en de beperkingen adequaat waren verwerkt.
De rechtbank en de Centrale Raad van Beroep bevestigden het besluit tot intrekking van de WAO-uitkering. De Raad oordeelde dat er geen nieuwe medische informatie was die een andere beoordeling rechtvaardigde en dat de arbeidskundige beoordeling juist was. De veronderstelde tegenstrijdigheid in het rapport werd niet gegrond bevonden. De uitkering werd derhalve terecht geweigerd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking van de WAO-uitkering wegens geschiktheid voor de eigen functie.