ECLI:NL:CRVB:2005:AU3678
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.W.J. Schoor
- Rechtspraak.nl
Vaststelling tijdigheid bezwaar en risico van faxindiening bij UWV
Appellant, het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV), trok de WAO-uitkering van gedaagde in per 7 december 2002. Gedaagde maakte bezwaar, maar dit bezwaar werd door appellant niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet tijdig indienen van de bezwaarschriftengronden binnen de gestelde termijn. De rechtbank Rotterdam oordeelde aanvankelijk dat het bezwaar wél ontvankelijk was en vernietigde het besluit van appellant.
In hoger beroep stelde appellant dat de fax met de bezwaarschriftengronden niet tijdig was ontvangen en verwees naar eerdere jurisprudentie dat het risico van verzending per fax bij de verzender ligt. Gedaagde overlegde een verzendrapport waaruit bleek dat de fax op tijd was verzonden, maar appellant kon niet aantonen dat de fax daadwerkelijk was ontvangen, mede doordat faxontvangstjournaals slechts kort werden bewaard.
De Raad oordeelde dat het enkel ontkennen van ontvangst door appellant onvoldoende is om het verzendbewijs van gedaagde te weerleggen. Het risico dat ontvangst niet kan worden vastgesteld door het ontbreken van ontvangstbewijzen ligt bij appellant. Daarom is het bezwaar terecht ontvankelijk verklaard en wordt het bestreden besluit vernietigd. Het inleidend beroep van appellant wordt ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het bezwaar is tijdig ingediend per fax en het risico van ontvangst ligt bij de verzender, waardoor het bezwaar ontvankelijk is en het bestreden besluit wordt vernietigd.