ECLI:NL:CRVB:2005:AU3725
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Janssen
- G.J.H. Doornewaard
- M.C.M. van Laar
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WAO-uitkering wegens onvoldoende medische onderbouwing arbeidsongeschiktheid
Appellante heeft bezwaar gemaakt tegen de weigering van een WAO-uitkering per 12 oktober 1999, omdat zij stelt door chronische vermoeidheid slechts beperkt te kunnen werken. Diverse medische rapporten en verklaringen van specialisten en psychologen zijn overgelegd ter onderbouwing van haar claim dat zij maximaal 20 uur per week kan werken.
De primaire verzekeringsarts heeft op basis van lichamelijk onderzoek en dossiergegevens een belastbaarheidspatroon vastgesteld zonder urenbeperking, hetgeen door de bezwaarverzekeringsarts niet is aangepast. De Raad heeft geoordeeld dat dit patroon een juiste weergave is van de fysieke mogelijkheden van appellante op de relevante datum.
De Raad acht de medische rapporten onvoldoende objectief om een urenbeperking te onderbouwen. Geen van de behandelend artsen heeft expliciet een beperking tot 20 uur per week bevestigd. Ook het verschil tussen de WW-uitkering op basis van 50% werktijd en de WAO-beoordeling wordt verklaard door het onderscheid tussen eigen werk en passend ander werk.
De Raad bevestigt daarmee het bestreden besluit en verklaart het hoger beroep ongegrond. Er worden geen proceskosten toegewezen.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WAO-uitkering wegens onvoldoende medische onderbouwing van een urenbeperking.