ECLI:NL:CRVB:2005:AU3746
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - meervoudig
- C.G. Kasdorp
- G.L.M.J. Stevens
- H.R. Geerling-Brouwer
- Rechtspraak.nl
Vernietiging herzieningsbesluit ten nadele na overlijden uitkeringsgerechtigde
De erven van een overleden vervolgingsslachtoffer ontvingen een herzieningsbesluit ten nadele van de uitkering van hun overleden familielid. De Pensioen- en Uitkeringsraad had met toepassing van de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945 de uitkering met terugwerkende kracht verminderd en een bedrag teruggevorderd. De erven stelden dat de Raad niet bevoegd was tot herziening ten nadele na het overlijden van de uitkeringsgerechtigde.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de artikelen 61 en 61a van de Wet een herziening ten nadele en terugvordering slechts toestaan ten opzichte van de belanghebbende zelf tijdens diens leven. Een herziening na overlijden is niet voorzien en niet aanvaardbaar, mede gezien de belastende gevolgen voor de erven. Het beroep op algemene burgerlijke rechtsregels ter aanvulling van de Wet werd verworpen vanwege het specifieke karakter van de Wet.
De Raad vernietigde het bestreden besluit en het onderliggende besluit van de Pensioen- en Uitkeringsraad. Tevens werd de Raadskamer veroordeeld in de proceskosten van de erven en werd het betaalde griffierecht vergoed. Hiermee werd bevestigd dat herziening ten nadele en terugvordering niet mogelijk zijn na het overlijden van de uitkeringsgerechtigde.
Uitkomst: Het besluit tot herziening ten nadele en terugvordering van de uitkering aan de erven is vernietigd omdat de Wet dit niet toestaat na overlijden van de uitkeringsgerechtigde.