ECLI:NL:CRVB:2005:AU3753
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.P.A.M. Garvelink-Jonkers
- J.Th. Wolleswinkel
- R. Kooper
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid bezwaar tegen nabetaling FPU-uitkering wegens termijnoverschrijding
Appellante is op 1 juni 2001 met gebruikmaking van de FPU-regeling uit dienst getreden bij de gemeente De Bilt. Omdat in het verleden een te laag inkomen aan het ABP was opgegeven, zijn afspraken gemaakt over een aanvullende uitkering ter compensatie van FPU- en pensioenschade. Op 25 april 2002 is een besluit genomen tot aanvulling van de FPU-uitkering en pensioenuitkering met terugwerkende kracht vanaf juni 2001.
Appellante stelde echter dat de indexering van de aanvulling vanaf 1 januari 2000 had moeten plaatsvinden, conform de berekeningswijze van het ABP. Zij heeft op 10 maart 2003 een brief gestuurd waarin zij stelde dat de aanvullende uitkering lager was dan afgesproken. Gedaagde heeft deze brief opgevat als een bezwaarschrift tegen het besluit van 25 april 2002 en het bezwaar niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de wettelijke termijn van zes weken.
De Raad overweegt dat appellante tijdig bezwaar had moeten maken tegen het besluit van 25 april 2002 of tegen de specificatie van de nabetaling in juli 2002. Omdat het bezwaar feitelijk betrekking had op de specificatie en dit bezwaar te laat is ingediend, is het terecht niet-ontvankelijk verklaard. De aangevallen uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd en het beroep van appellante wordt ongegrond verklaard.
De Raad ziet geen aanleiding voor vergoeding van proceskosten en wijst het hoger beroep af.
Uitkomst: Het bezwaar van appellante tegen de nabetaling van de FPU-uitkering wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de bezwaartermijn.