ECLI:NL:CRVB:2005:AU3909
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- A.C.W. van Huussen
- Rechtspraak.nl
Beoordeling arbeidsongeschiktheid en WAO-uitkering na toegenomen armklachten
Appellante, werkzaam als productiemedewerkster in een fietsenfabriek, viel uit met armklachten en kreeg een volledige WAO-uitkering die later werd ingetrokken. Na hervatting van haar werk voor 32 uur per week viel zij opnieuw uit met toegenomen klachten. Het UWV stelde dat haar mate van arbeidsongeschiktheid per datum in geding 15-25% bedroeg en wees een WAO-uitkering af.
De rechtbank Zutphen vernietigde het eerdere besluit en verklaarde het bezwaar tegen het nieuwe besluit ongegrond. Appellante stelde in hoger beroep dat er op de datum in geding meer beperkingen waren, mede door psychische klachten. De Raad oordeelde echter dat de medische beoordeling, gebaseerd op onderzoeken van de verzekeringsarts en andere medisch specialisten, voldoende was en dat de nieuwe medische stukken geen aanleiding gaven tot een ander oordeel.
Verder concludeerde de Raad dat er voldoende passende functies beschikbaar zijn voor appellante, passend bij haar krachten en bekwaamheden, en dat de vastgestelde mate van arbeidsongeschiktheid correct is. De Raad wees het hoger beroep af en bevestigde het bestreden besluit, zonder toepassing van artikel 8:75 Awb Pro.
De uitspraak werd in het openbaar gegeven op 30 september 2005 door de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellante terecht is ingedeeld in de arbeidsongeschiktheidsklasse 15-25% en wijst het hoger beroep af.