ECLI:NL:CRVB:2005:AU3911
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- A.C.W. van Huussen
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit UWV over WAO-uitkering wegens onjuiste functiebepaling en herziening arbeidsongeschiktheid
Appellant verzocht om een WAO-uitkering wegens arbeidsongeschiktheid na een verkeersongeval in mei 2000. Het UWV wees dit verzoek aanvankelijk af en handhaafde dit besluit na bezwaar. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. In hoger beroep stelde appellant dat de belastbaarheid was overschat en dat de geselecteerde functies niet passend waren.
De Centrale Raad van Beroep stelde vast dat de functiebestandscode 'lederwarenmaker' niet passend was vanwege aanmerkelijke tijdsdruk en dwingend tempo, hetgeen onvoldoende was gemotiveerd door de bezwaararbeidsdeskundige. Hierdoor waren onvoldoende geschikte functies over om de schatting van arbeidsongeschiktheid te dragen. Het besluit van november 2004 werd daarom vernietigd.
De medische beoordeling bevestigde beperkingen van appellant voor tijds- en tempodruk, zoals eerder vastgesteld door verzekeringsartsen. De Raad achtte de medische grondslag van de arbeidsongeschiktheidsschatting juist, maar verwierp de arbeidskundige onderbouwing. Het UWV moet een nieuw besluit nemen waarbij ook aandacht wordt besteed aan mogelijke schadevergoeding en wettelijke rente.
De Raad veroordeelde het UWV tot vergoeding van proceskosten en griffierecht. Door het verbod van reformatio in peius staat vast dat appellant recht heeft op een WAO-uitkering met een arbeidsongeschiktheidspercentage van ten minste 15 tot 25%.
Uitkomst: Het besluit van het UWV wordt vernietigd en het UWV moet een nieuw besluit nemen met correcte functiebepalingen en herziening van de arbeidsongeschiktheid.