ECLI:NL:CRVB:2005:AU3926
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering na herbeoordeling arbeidsongeschiktheid
Appellant, voormalig verkoper, viel in 1996 uit wegens psychische klachten en ontving een WAO-uitkering gebaseerd op een arbeidsongeschiktheid van 80-100%. Bij een herbeoordeling in 2001 concludeerden verzekeringsarts en arbeidsdeskundige dat appellant geschikt was voor passend werk met beperkingen, resulterend in een arbeidsongeschiktheid van minder dan 15%. Hierdoor werd zijn uitkering per 9 februari 2002 ingetrokken.
Appellant voerde aan niet volledig te kunnen werken en wilde een gedeeltelijke uitkering voor de uren die hij niet kon werken. Hij bracht tevens een verklaring in van een klinisch psycholoog, die stelde dat appellant zelf het tempo van werken moest kunnen bepalen. De Raad oordeelde echter dat deze verklaring weinig waarde had omdat de psycholoog al jaren geen behandelaar meer was.
De Raad achtte het medische en arbeidskundige oordeel juist en voldoende onderbouwd, ook na het vervallen van enkele functies. Het systeem van de WAO biedt geen ruimte voor een gedeeltelijke uitkering naast werkurenuitbreiding. Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard en de intrekking van de uitkering bevestigd.
Uitkomst: De intrekking van de WAO-uitkering wegens een arbeidsongeschiktheid van minder dan 15% wordt bevestigd.