ECLI:NL:CRVB:2005:AU3935
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- M.S.E. Wulffraat-van Dijk
- N.J. Haverkamp
- Rechtspraak.nl
Weigering WAO-uitkering wegens minder dan 15% arbeidsongeschiktheid na beoordeling fibromyalgie
Appellante werd na zwangerschapsgerelateerde klachten en de diagnose fibromyalgie medisch onderzocht en arbeidsdeskundig beoordeeld. Op 19 mei 1998 werd zij als minder dan 15% arbeidsongeschikt beschouwd, waardoor zij geen recht had op een WAO-uitkering. Gedaagde, het UWV, wees de uitkering af en verklaarde het bezwaar ongegrond.
De rechtbank Utrecht vernietigde een eerder besluit wegens onvoldoende aandacht voor nekklachten, maar in het bestreden besluit heeft het UWV deze klachten nader onderzocht en gemotiveerd dat deze klachten op de datum in geding nog niet bestonden. Appellante kon dit niet met medische stukken onderbouwen.
De Raad concludeert dat de medische beperkingen correct zijn vastgesteld en dat het belastbaarheidspatroon passend is toegepast. Het geschil spitst zich toe op de vraag of nader medisch onderzoek nodig is, maar de Raad ziet hiervoor geen aanleiding. De arbeidsongeschiktheid blijft vastgesteld op minder dan 15%, waardoor de weigering van de WAO-uitkering gehandhaafd blijft.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WAO-uitkering wegens minder dan 15% arbeidsongeschiktheid.