ECLI:NL:CRVB:2005:AU3938
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing WAZ-uitkering wegens ontbreken arbeidsongeschiktheid
De zaak betreft het hoger beroep van de erven van betrokkene tegen de afwijzing van een WAZ-uitkering door het UWV. Betrokkene, directeur van een discotheek, viel in april 2001 uit met spanningsklachten. Het UWV weigerde een uitkering omdat er geen sprake was van ziekte of gebrek volgens de WAZ.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de erven stelden hoger beroep in bij de Centrale Raad van Beroep. Tijdens de zitting gaf de gemachtigde aan dat betrokkene in 2004 was overleden en dat de erven de procedure voortzetten. De Raad weigerde een verzoek tot benoeming van een deskundige, omdat het UWV voldoende zorgvuldig onderzoek had gedaan en er op basis van de beschikbare stukken geen ander beeld te verwachten viel.
De verzekeringsarts had vastgesteld dat er geen aanwijzingen waren voor een aanpassingsstoornis of depressieve klachten. Betrokkene had zelf aangegeven geen behandeling te ondergaan en geen behoefte te hebben aan psychiatrisch onderzoek. De Raad concludeerde dat het verzoek om uitkering terecht was afgewezen en bevestigde de eerdere uitspraak, zonder toepassing van artikel 8:75 Awb Pro.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de afwijzing van de WAZ-uitkering bevestigd.