ECLI:NL:CRVB:2005:AU3962
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering wegens onvoldoende arbeidsbeperkingen
Appellante maakte bezwaar tegen het besluit van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) tot intrekking van haar WAO-uitkering per 4 februari 2002, omdat volgens haar sprake was van relevante psychische klachten die haar arbeidsvermogen beperkten.
De rechtbank Rotterdam oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en dat er geen aanwijzingen waren voor relevante psychische beperkingen ten tijde van het besluit. De Raad sluit zich hierbij aan en benadrukt dat klachten die na de datum in geding zijn ontstaan, zoals knieklachten, niet in aanmerking kunnen worden genomen.
De Raad weegt mee dat de bezwaarverzekeringsarts en de RIAGG geen duidelijke psychopathologie constateerden en dat de communicatieproblemen met appellante onvoldoende aannemelijk zijn om het oordeel te wijzigen. De Raad ziet geen reden om het bestreden besluit onjuist te achten en bevestigt de uitspraak van de rechtbank.
Uitkomst: De intrekking van de WAO-uitkering per 4 februari 2002 wordt bevestigd wegens onvoldoende relevante arbeidsbeperkingen.