ECLI:NL:CRVB:2005:AU3965
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- M.S.E. Wulffraat-van Dijk
- N.J. Haverkamp
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering toeslag bij schending inlichtingenplicht en nihilstelling beslagvrije voet
Appellant ontving een toeslag op grond van de Toeslagenwet die door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) onverschuldigd werd betaald. Gedaagde stelde de beslagvrije voet van appellant op nihil vanwege het niet tijdig verstrekken van noodzakelijke financiële informatie.
Appellant maakte bezwaar tegen dit besluit, maar dit werd door de rechtbank ongegrond verklaard. In hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep dit oordeel, stellende dat de inlichtingenplicht essentieel is voor de juiste vaststelling van de beslagvrije voet en dat het niet nakomen hiervan rechtvaardigt dat de beslagvrije voet op nihil wordt gesteld.
De Raad oordeelde dat het niet tijdig indienen van financiële gegevens de verantwoordelijkheid van appellant is, ook als dit op advies van zijn raadsman gebeurde. De vraag of de onverschuldigde betaling aan appellant te wijten was, is irrelevant voor de toepassing van de beslagvrije voet. De terugvordering en de wijze van tenuitvoerlegging zijn daarmee rechtmatig.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de terugvordering van de toeslag en de nihilstelling van de beslagvrije voet wegens schending van de inlichtingenplicht.