ECLI:NL:CRVB:2005:AU3981
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Centrale Raad van Beroep vernietigt besluit over AOW met terugwerkende kracht na onzorgvuldige voorbereiding
Appellant had beroep ingesteld tegen een besluit van de Sociale verzekeringsbank waarin zijn AOW-pensioen werd toegekend met terugwerkende kracht van maximaal één jaar vanaf de aanvraagdatum. Appellant stelde dat sprake was van een bijzonder geval waardoor het pensioen vanaf zijn 65e levensjaar in september 1999 had moeten ingaan.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, maar de Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het bestreden besluit onzorgvuldig was voorbereid. Uit de stukken bleek dat appellant in januari 2000 een aanvraag voor een Duits ouderdomspensioen had ingediend, wat volgens artikel 86 van Pro EG-Verordening 1408/71 ook als aanvraag voor een Nederlands AOW-pensioen moest worden beschouwd.
De Raad vernietigde daarom het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank, en bepaalde dat de Sociale verzekeringsbank een nieuwe beslissing op bezwaar moet nemen met inachtneming van deze feiten. Tevens werd de Sociale verzekeringsbank veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten en het griffierecht van appellant.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd en de Sociale verzekeringsbank moet een nieuwe beslissing op bezwaar nemen met inachtneming van de Duitse pensioenaanvraag.