ECLI:NL:CRVB:2005:AU3982
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Janssen
- D.J. van der Vos
- G.J.H. Doornewaard
- Rechtspraak.nl
Overschrijding bezwaartermijn bij WAZ-uitkeringsbesluit niet verschoonbaar
Appellant ontving een besluit van 27 augustus 2003 waarin hem een uitkering ingevolge de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen (WAZ) werd toegekend, maar waarbij de uitkering vanwege inkomsten uit arbeid niet werd uitbetaald. Tegen dit besluit en het daarop volgende terugvorderingsbesluit maakte appellant bezwaar, dat door de bestuursrechter ongegrond werd verklaard.
Appellant stelde dat het niet zeker was dat het besluit op 27 augustus 2003 was verzonden, waardoor het bezwaarschrift binnen de termijn zou zijn ingediend. De rechtbank en de Raad oordeelden echter dat het besluit op die datum was verzonden, mede op basis van de datumstempel en het feit dat het besluit enkele dagen later bij appellants zaakwaarnemer werd aangetroffen.
De Raad verwierp het beroep op eerdere jurisprudentie die strengere eisen aan bewijs van verzending stelde en oordeelde dat geen omstandigheden waren die de termijnoverschrijding verschoonbaar maakten. Het bezwaarschrift was één dag te laat ingediend en appellant had voldoende gelegenheid gehad om tijdig bezwaar te maken.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk wegens overschrijding van de bezwaartermijn, zonder toepassing van artikel 8:75 Awb Pro.
Uitkomst: Het bezwaarschrift is één dag te laat ingediend en de overschrijding van de bezwaartermijn wordt niet verschoonbaar geacht.