ECLI:NL:CRVB:2005:AU3984
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit over AOW-ingangsdatum en hoogte ouderdomspensioen
Appellant stelde dat hij vanaf september 1969 in Nederland woonde en werkte, waardoor hij aanspraak maakte op een hoger ouderdomspensioen op grond van de Algemene Ouderdomswet (AOW). De Sociale verzekeringsbank handhaafde het besluit dat appellant vanaf 5 januari 1972 verzekerd was, wat leidde tot een lager pensioen.
In hoger beroep werden twee getuigen gehoord, waarvan één verklaarde dat hij samen met appellant vanaf september 1969 werkte bij een bedrijf in ’s-Hertogenbosch. Tevens werd een verblijfsvergunning overgelegd die het verrichten van arbeid vanaf die datum toestond.
De Raad achtte deze verklaringen en bewijsstukken voldoende om aan te nemen dat appellant vanaf september 1969 verzekerd was. Hierdoor werd het bestreden besluit vernietigd en werd gedaagde opgedragen een nieuwe beslissing op bezwaar te nemen.
Daarnaast veroordeelde de Raad de Sociale verzekeringsbank tot betaling van proceskosten en griffierecht aan appellant. De uitspraak werd gedaan door mr. T.L. de Vries namens de Centrale Raad van Beroep op 7 oktober 2005.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd en gedaagde moet een nieuwe beslissing nemen over de AOW-ingangsdatum en het ouderdomspensioen.