ECLI:NL:CRVB:2005:AU4067
Centrale Raad van Beroep
- Voorlopige voorziening
- R. Kooper
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen ontslagambtenaar gemeente Hoorn
Verzoeker was sinds april 2003 werkzaam bij de gemeente Hoorn en werd per 1 oktober 2003 in vaste dienst benoemd. Na problemen rond de beëindiging van een contract met een projectmanager werd verzoeker geschorst en op 25 mei 2004 ontslagen, primair op disciplinaire gronden. Dit ontslag werd gehandhaafd bij besluit van 8 februari 2005, ondanks bezwaar.
De voorzieningenrechter van de rechtbank had het besluit van 8 februari 2005 vernietigd en gedaagde opgedragen een nieuwe beslissing te nemen. Gedaagde nam op 13 juli 2005 een nieuw besluit waarbij het ontslag op andere gronden werd gebaseerd, met een uitkeringsregeling.
Verzoeker vroeg vervolgens om een voorlopige voorziening om zijn functie te mogen uitoefenen en zijn salaris volledig te ontvangen. De voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep oordeelde dat geen sprake was van een spoedeisend belang of financiële noodsituatie die een voorlopige voorziening rechtvaardigde. Ook was de kans dat de dienstbetrekking wordt hersteld niet zodanig overwegend aanwezig dat de bezwaren van gedaagde konden worden genegeerd.
Daarom werd het verzoek afgewezen. De Raad behandelde het ontslagbesluit als een gegeven en benadrukte dat het nieuwe besluit een voorwaardelijk karakter draagt en dat de hoofdzaak in het eerste kwartaal van 2006 zal worden behandeld.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen en verzoeker wordt niet toegelaten tot zijn functie noch wordt zijn salaris volledig doorbetaald.