ECLI:NL:CRVB:2005:AU4107

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
7 oktober 2005
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
03/4730 AOW
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Verzet
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 21 BeroepswetArt. 8:55 AwbArt. 8:75 Awb
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzet tegen niet-ontvankelijkverklaring wegens niet-betaling griffierecht ongegrond verklaard

De Centrale Raad van Beroep behandelde het verzet van opposante tegen de uitspraak waarbij haar hoger beroep niet-ontvankelijk werd verklaard wegens het niet betalen van het griffierecht. Opposante stelde dat zij het griffierecht wel had betaald, maar te laat, en bood aan het alsnog te voldoen.

De Raad oordeelde dat het door opposante overgelegde bewijs van betaling niet overtuigend was, aangezien het overschrijvingsformulier geen bankstempel droeg en het griffierecht niet op de rekening van de rechtbank was bijgeschreven. Het te laat betalen van het griffierecht kon de eerdere niet-ontvankelijkverklaring niet ongedaan maken.

Daarom werd het verzet ongegrond verklaard op grond van artikel 21 van Pro de Beroepswet in samenhang met artikel 8:55 lid 5 van Pro de Algemene wet bestuursrecht. Er waren geen gronden om toepassing te geven aan artikel 8:75 Awb Pro. De uitspraak werd in het openbaar gedaan op 7 oktober 2005 door de voorzitter en leden van de Raad.

Uitkomst: Het verzet wordt ongegrond verklaard wegens het niet tijdig betalen van het griffierecht.

Uitspraak

03/4730 AOW
U I T S P R A A K
met toepassing van artikel 21 van Pro de Beroepswet in samenhang met artikel 8:55 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in het geding tussen:
[opposante], wonende te [woonplaats] (Marokko), opposante,
en
de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank, geopposeerde.
I. ONTSTAAN EN LOOP VAN HET GEDING
De Raad heeft bij uitspraak van 8 oktober 2004 het namens opposante ingestelde hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 20 augustus 2003, nummer AWB 02/4938 AOW, niet-ontvankelijk verklaard op de grond dat het griffierecht niet is betaald.
Tegen die uitspraak heeft opposante een verzetschrift ingediend, gedateerd
5 november 2004.
Het verzet is ter behandeling aan de orde gesteld ter zitting van de Raad gehouden op
26 augustus 2005, waar beide partijen - geopposeerde met voorafgaand bericht - niet zijn verschenen.
II. MOTIVERING
In de uitspraak waartegen opposante in verzet is gekomen heeft de Raad reeds vastgesteld dat het door opposante overgelegde overschrijvingsformulier, waaruit zou moeten blijken dat het griffierecht is betaald, geen stempel van de bank bevat, dat het rekeningnummer van de rechtbank Amsterdam staat vermeld en dat het griffierecht niet op de rekening van voornoemde rechtbank is bijgeschreven.
In het verzetschrift heeft opposante aangevoerd dat zij het griffierecht heeft betaald maar dat zij zich niet aan de gestelde termijn heeft gehouden en dat zij bereid is het griffierecht nogmaals te voldoen.
Hetgeen opposante heeft aangevoerd bevat geen grond op basis waarvan redelijkerwijs kan worden geoordeeld dat opposante niet in verzuim is geweest.
De Raad overweegt daartoe dat het griffierecht niet op de rekening van de Raad is bijgeschreven en dat het alsnog betalen van het griffierecht geen afbreuk doet aan de uitspraak waarvan verzet.
Gezien het vorenstaande dient het verzet met toepassing van artikel 21 van Pro de Beroepswet in samenhang met het vijfde lid van artikel 8:55 van Pro de Awb ongegrond te worden verklaard.
De Raad acht geen termen aanwezig om toepassing te geven aan artikel 8:75 van Pro de Awb.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep,
Recht doende:
Verklaart het verzet ongegrond.
Aldus gegeven door mr. J. Janssen als voorzitter en mr. D.J. van der Vos en mr. A.W.M. Bijloos als leden, in tegenwoordigheid van mr. J.E. Meijer als griffier, en uitgesproken in het openbaar op 7 oktober 2005.
(get.) J. Janssen.
(get.) J.E. Meijer.
CVG