ECLI:NL:CRVB:2005:AU4183
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- B.J. van der Net
- Rechtspraak.nl
Geen privaatrechtelijke dienstbetrekking tussen zoon en hoogbejaarde moeder
De zaak betreft een hoger beroep tegen een besluit van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen waarin werd geoordeeld dat de zoon van een hoogbejaarde moeder niet verzekerd was als werknemer. De rechtbank Amsterdam had dit besluit bevestigd en stelde dat er geen sprake was van een gezagsverhouding die kenmerkend is voor een dienstbetrekking, maar van een familierelatie.
De zoon verrichtte diverse zorg- en huishoudelijke werkzaamheden voor zijn moeder, waaronder administratieve hulp, douchen, kleden, boodschappen doen, koken en medicatietoediening. De Raad oordeelde dat deze werkzaamheden binnen een prijzenswaardige familiale dienstverlening vielen en dat er geen aanwijzingen waren voor een werkgeversgezag zoals bij een privaatrechtelijke dienstbetrekking.
De Raad wees ook het argument af dat er sprake zou zijn van een maatschappelijk gelijk te stellen dienstbetrekking. Er waren geen concrete aanwijzingen dat de aard van de relatie fundamenteel was gewijzigd door de toegenomen zorgbehoefte van de moeder. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De Raad bevestigt dat er geen privaatrechtelijke dienstbetrekking bestaat tussen zoon en moeder vanwege de overheersende familierelatie.