ECLI:NL:CRVB:2005:AU4225
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.C. Schoemaker
- G. van der Wiel
- M.C.M. van Laar
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van definitieve premievaststelling inzake staartverplichtingen Ziektewet
Appellanten hebben hoger beroep ingesteld tegen besluiten van 12 juni 1996 waarin nota’s zijn opgelegd inzake nadere premievaststelling voor de reservevorming ter financiering van de staartverplichtingen van de Ziektewet. Zij stelden dat deze nota’s voorlopige afrekennota’s waren en verzochten om definitieve vaststelling en restitutie wegens vermeende dubbele in rekening gebrachte staartverplichtingen.
De Raad verwijst naar eerdere uitspraken waarin is vastgesteld dat deze nota’s een definitief karakter hebben en dat de wet- en regelgeving geen grondslag biedt voor een latere definitieve afrekening. Het aangevoerde nieuwe feit, een brief van 11 september 1996 over vermeende dubbele berekening, wordt niet als zodanig erkend omdat geen sprake was van dubbele heffing.
De Raad oordeelt dat appellanten hun grief omtrent de premiehoogte hadden moeten aanvoeren bij bezwaar tegen de nota’s van 1996. Het verzoek tot herziening wordt daarom afgewezen. De uitspraak van de rechtbank Amsterdam wordt bevestigd, waarmee de nota’s als definitief worden beschouwd en de besluiten van 1996 gehandhaafd blijven.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat de nota’s van 12 juni 1996 definitief zijn en wijst het verzoek tot herziening af.