ECLI:NL:CRVB:2005:AU4235
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.C. Schoemaker
- G. van der Wiel
- M.C.M. van Laar
- Rechtspraak.nl
Beoordeling verzekeringsplicht eigenrijder en oplegging correctienota en boete
Appellante, een internationaal transportbedrijf, voerde hoger beroep tegen een uitspraak waarin werd vastgesteld dat een werknemer met een eigen vergunning als verplicht verzekerd moest worden aangemerkt volgens artikel 3 van Pro de sociale werknemersverzekeringswetten. De werknemer werkte feitelijk onder gezag van appellante en verrichtte zijn werkzaamheden persoonlijk.
De Raad oordeelde dat het bezit van een eigen vergunning en een eigen truck niet uitsluit dat er sprake is van een privaatrechtelijke dienstbetrekking, omdat de werknemer werd ingeroosterd en opdrachten ontving zoals andere chauffeurs in loondienst. De vergoeding die de werknemer ontving werd als loon aangemerkt, waarop premieheffing van toepassing is.
Appellante voerde aan dat er geen persoonlijke arbeidsverrichting was en dat de vergoeding geen loon was, maar deze argumenten werden verworpen. Ook het standpunt dat de Belastingdienst de werknemer als zelfstandige had aangemerkt, veranderde niets aan de verzekeringsplicht. De opgelegde boete van 25% werd gehandhaafd omdat appellante tijdig was gewaarschuwd voor de beleidswijziging en naliet de werknemer aan te melden of navraag te doen.
De Raad concludeerde dat de correctienota en boete terecht zijn opgelegd en bevestigde de eerdere uitspraak van de rechtbank.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat de werknemer verplicht verzekerd is en dat de correctienota en boete terecht zijn opgelegd.