Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:CRVB:2005:AU4241

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
21 september 2005
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
05/405 ZFW
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Verzet
Rechters
  • M.I. ‘t Hooft
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 21 BeroepswetArt. 22 BeroepswetArt. 8:55 AwbArt. 8:75 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid hoger beroep wegens niet tijdige betaling griffierecht en overschrijding beroepstermijn

Opposant heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank ’s-Hertogenbosch, maar de Centrale Raad van Beroep heeft dit hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard omdat het griffierecht niet binnen de gestelde termijn was betaald en het beroepschrift niet tijdig was ingediend. Tegen deze niet-ontvankelijkverklaring heeft opposant verzet ingesteld.

Tijdens de zitting zijn partijen niet verschenen. De Raad heeft het verzet inhoudelijk beoordeeld en vastgesteld dat er geen relevante omstandigheden zijn die het verzuim van opposant kunnen rechtvaardigen. Ook het argument dat de fiscus het inkomen van opposant nog niet definitief had vastgesteld, bood geen grond om het verzet gegrond te verklaren.

De Raad heeft daarom het verzet ongegrond verklaard en geen aanleiding gezien om toepassing te geven aan de uitzonderingsbepalingen van de Algemene wet bestuursrecht. Hiermee blijft de niet-ontvankelijkverklaring van het hoger beroep in stand.

Uitkomst: Het verzet wordt ongegrond verklaard en het hoger beroep blijft niet-ontvankelijk wegens niet tijdige betaling van griffierecht en overschrijding van de beroepstermijn.

Uitspraak

05/405 ZFW
U I T S P R A A K
met toepassing van artikel 21 van Pro de Beroepswet in samenhang met artikel 8:55 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in het geding tussen:
[opposant], wonende te [woonplaats], opposant
en
St Ziekenfonds VGZ, gevestigd te Eindhoven, geopposeerde.
I. ONTSTAAN EN LOOP VAN HET GEDING
Bij uitspraak van de Raad van 27 april 2005 is het door opposant ingestelde hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank ’s-Hertogenbosch van 28 februari 2003, reg.nr. 01/3130 ZFW, niet-ontvankelijk verklaard.
Tegen deze uitspraak heeft opposant bij brief van 1 juni 2005 een verzetschrift ingediend.
Partijen zijn in de gelegenheid gesteld te worden gehoord ter zitting van 7 september 2005, waar partijen -zoals tevoren bericht- niet zijn verschenen.
II. MOTIVERING
De uitspraak van de Raad van 27 april 2005 steunt kort samengevat hierop, dat het bij het instellen van het hoger beroep ingevolge artikel 22 van Pro de Beroepswet verschuldigde griffierecht van € 102,-- niet binnen de door de laatstelijk aangetekend verzonden brief van 18 februari 2005 gestelde termijn van vier weken is betaald en dat op grond van de beschikbare gegevens redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat opposant niet in verzuim is geweest. Voorts heeft de Raad in die uitspraak vastgesteld dat het beroepschrift niet binnen de beroepstermijn is ingediend en dat niet is gebleken van verschoonbare termijnoverschrijding.
In dit geding is de vraag aan de orde of de Raad opposant terecht niet-ontvankelijk heeft verklaard in zijn hoger beroep.
De Raad ziet geen aanleiding om tot een ander oordeel te komen dan in zijn genoemde uitspraak gegeven.
In aansluiting op hetgeen in die uitspraak is overwogen, merkt de Raad op dat hij ook in het verzetschrift - er op neer komend dat de fiscus het inkomen van opposant nog niet definitief heeft vastgesteld - geen relevante aanknopingspunten heeft gevonden welke kunnen leiden tot de conclusie dat opposant het verzuim niet kan worden tegengeworpen.
Gelet op het vorenstaande bestaat er aanleiding het verzet met toepassing van artikel 8:55, vijfde lid, aanhef en onder b, van de Awb ongegrond te verklaren.
De Raad acht geen termen aanwezig om toepassing te geven aan artikel 8:75 van Pro de Awb.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep,
Recht doende:
Verklaart het verzet ongegrond.
Aldus gegeven door mr. M.I. ‘t Hooft als voorzitter, in tegenwoordigheid van B.M. Biever-van Leeuwen als griffier, en uitgesproken in het openbaar op 21 september 2005.
(get.) M.I. ‘t Hooft.
(get.) B.M. Biever-van Leeuwen.
HE/2195