ECLI:NL:CRVB:2005:AU4291
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- B.J. van der Net
- R.C. Schoemaker
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- Rechtspraak.nl
Verzekeringsplicht en dienstbetrekking van ingehuurde kunstmatig inseminatoren
Appellante, exploitant van een kunstmatige inseminatiestation, stelde zich op het standpunt dat betrokken inseminatoren zelfstandigen waren zonder dienstbetrekking, omdat zij naast hun eigen agrarisch bedrijf werkten en ondernemingsrisico liepen. Gedaagde stelde dat er sprake was van een privaatrechtelijke dienstbetrekking op grond van artikel 3 van Pro de sociale werknemersverzekeringswetten, vanwege persoonlijke arbeidsverrichting, gezagsrelatie en loonbetaling.
De rechtbank Roermond oordeelde dat de inseminatoren onder gezagsrelatie van appellante werkten, met werkopdrachten, controle en registratie, en dat de premiecorrecties terecht waren opgelegd. Appellante ging in hoger beroep tegen deze uitspraak.
De Centrale Raad van Beroep bevestigt de uitspraak van de rechtbank. De Raad overweegt dat de inseminatoren gehouden waren het werk persoonlijk te verrichten, dat er sprake was van een gezagsrelatie door sturing, controle en registratie, en dat de vergoeding als loon moet worden beschouwd. Ook het gebruik van een overkoepelende B.V. verandert hier niets aan.
De Raad wijst erop dat de werkzaamheden onder strenge Europese en nationale regelgeving vallen, die een zorgvuldige uitvoering en controle vereisen. De arbeidsrelatie wordt gekenmerkt door deskundigheid, persoonlijke arbeidsverplichting en een duidelijke gezagsrelatie. De premiecorrecties over de jaren 1998 tot en met 2002 worden daarmee bevestigd.
Uitkomst: De premiecorrecties over 1998-2002 zijn terecht opgelegd wegens het bestaan van een privaatrechtelijke dienstbetrekking.