ECLI:NL:CRVB:2005:AU4297
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - meervoudig
- C.G. Kasdorp
- H.R. Geerling-Brouwer
- J.L.P.G. van Thiel
- Rechtspraak.nl
Afwijzing WUV- en WUBO-uitkeringen wegens ontbreken oorzakelijk verband met oorlogservaringen
Betrokkene, geboren in 1943 en overleden in 2005, vroeg in december 2001 uitkeringen aan op grond van de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers (WUV) en de Wet uitkeringen burger-oorlogs-slachtoffers (WUBO). Deze aanvragen werden afgewezen omdat niet was vastgesteld dat haar ziekten of gebreken verband hielden met haar zwervende onderduik tijdens de oorlog.
De Raad baseerde zich op medische adviezen die stelden dat betrokkene leed aan een depressieve stoornis veroorzaakt door vroegkinderlijke mishandeling, levensomstandigheden en gezondheidsproblemen, waarbij de oorlogsomstandigheden slechts een ondergeschikte rol speelden. Longklachten werden toegeschreven aan emfyseem door roken en familiaire factoren.
Een door betrokkene ingediend rapport van een psychiater bevestigde de diagnose maar stelde dat de psychische klachten niet waarschijnlijk in causaal verband stonden met oorlogservaringen. De Raad oordeelde dat de omgekeerde bewijslast niet tot een ander oordeel leidde.
De Raad verwierp ook het verband tussen de longklachten en de oorlog omdat geen aanwijzingen waren dat de oorlogservaringen tot roken hadden geleid. De beroepen werden daarom ongegrond verklaard.
De uitspraak is gedaan door de Centrale Raad van Beroep op 6 oktober 2005.
Uitkomst: De beroepen worden ongegrond verklaard wegens ontbreken van causaal verband tussen ziekten en oorlogservaringen.