ECLI:NL:CRVB:2005:AU4299
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - meervoudig
- C.G. Kasdorp
- H.R. Geerling-Brouwer
- J.L.P.G. van Thiel
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van beroep tegen vaststelling periodieke uitkering op grond van de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945
Eiser, erkend als vervolgde in de zin van de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945, kreeg een periodieke uitkering toegekend waarvan de grondslag aanvankelijk was vastgesteld op het wettelijk minimum. Na vernietiging van dit besluit door de Raad werd de grondslag bij een nieuw besluit verhoogd op basis van het laatstelijk uitgeoefende beroep van eiser in Indonesië.
Eiser stelde dat het besluit in strijd was met het vertrouwensbeginsel, het motiveringsbeginsel en het zorgvuldigheidsbeginsel, met name omdat hij niet was geïnformeerd over het vervallen van de toeslag voor de ziektekostenverzekeringspremie, waardoor hij een hogere netto uitkering verwachtte. Verweerster verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk voor zover het betrekking had op een eerder besluit en ongegrond voor het overige.
De Raad oordeelde dat het beroep op het motiverings- en zorgvuldigheidsbeginsel betrekking had op het eerdere besluit en dat het beroep daarop was ingetrokken. Het beroep op het vertrouwensbeginsel werd verworpen omdat de vermeende toezegging geen ongeclausuleerde garantie inhield en de netto uitkering afhankelijk is van meerdere factoren. De Raad stelde vast dat de uitkering correct was berekend en dat er geen grond was voor compensatie of vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit tot vaststelling van de grondslag van de periodieke uitkering wordt ongegrond verklaard.