ECLI:NL:CRVB:2005:AU4315
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - meervoudig
- C.G. Kasdorp
- H.R. Geerling-Brouwer
- J.L.P.G. van Thiel
- Rechtspraak.nl
Afwijzing erkenning als burgeroorlogsgetroffene wegens onvoldoende bewijs oorlogsgeweld
Eiseres, geboren in 1938 in voormalig Nederlands-Indië, vroeg in oktober 2003 erkenning aan als burgeroorlogsgetroffene op grond van gezondheidsklachten die zij toeschrijft aan haar ervaringen tijdens de Japanse bezetting en de Bersiap-periode. Verweerster wees dit verzoek af omdat onvoldoende aannemelijk was gemaakt dat eiseres persoonlijk getroffen was door oorlogsgeweld zoals bedoeld in artikel 2 van Pro de Wet.
De Raad beoordeelde de aangevoerde feiten: bombardementen op Batavia, een huiszoeking waarbij de moeder van eiseres werd geslagen, en evacuatie onder escorte naar een kamp. De Raad oordeelde dat de huiszoeking niet viel onder de Wet omdat het geweld niet excessief was en niet persoonlijk gericht op eiseres. De evacuatie werd niet als levensbedreigend aangemerkt, mede omdat het kamp een vluchtelingenopvang betrof en er geen bewijs was van beschietingen onderweg.
Ook de bombardementen werden niet als voldoende betrokkenheid aangemerkt, omdat eiseres zich in een schuilkelder bevond en geen directe verwondingen of materiële schade in haar omgeving waren vastgesteld. De Raad benadrukte dat erkenning gebonden is aan specifieke gebeurtenissen zoals omschreven in de Wet en dat immateriële schade pas relevant is als eerst de gebeurtenis onder de Wet valt.
De Raad verklaarde het beroep ongegrond en wees proceskostenvergoeding af. Hiermee blijft het bestreden besluit van verweerster in stand.
Uitkomst: Het beroep van eiseres wordt ongegrond verklaard en het bestreden besluit wordt gehandhaafd wegens onvoldoende bewijs van oorlogsgeweld.