ECLI:NL:CRVB:2005:AU4339
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T. Hoogenboom
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep wegens ontbreken procesbelang na loonvorderingsovername
Appellant was werkzaam bij een werkgever die failliet ging en vroeg het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) om loon over te nemen, inclusief een persoonlijk budget. Het UWV nam de loonvordering deels over, maar weigerde het persoonlijk budget mee te nemen. Appellant maakte bezwaar tegen deze weigering, maar deed dat te laat. Het bezwaar werd daarom niet-ontvankelijk verklaard.
Later nam het UWV alsnog het persoonlijk budget over, waarmee het geschil feitelijk was opgelost. Appellant zette het beroep tegen het eerdere besluit voort, omdat het UWV weigerde het betaalde griffierecht te vergoeden. De rechtbank oordeelde echter dat appellant ontvankelijk was in het beroep.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat het beroep niet-ontvankelijk moet worden verklaard omdat appellant geen procesbelang meer had na het nieuwe besluit van het UWV. Wel bepaalt de Raad dat het UWV het betaalde griffierecht aan appellant moet vergoeden. De eerdere uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van procesbelang; het griffierecht wordt aan appellant vergoed.