ECLI:NL:CRVB:2005:AU4340
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T. Hoogenboom
- Rechtspraak.nl
Beoordeling niet-ontvankelijkheid hoger beroep en afwijzing schadevergoeding na intrekking besluit WW
In deze zaak staat het geschil centraal over een besluit van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) op grond van de Werkloosheidswet (WW). Het bestreden besluit van 13 mei 2004 heeft het UWV het bezwaar tegen een eerder besluit van 15 april 2003 alsnog gegrond verklaard en ingetrokken. De rechtbank verklaarde het beroep van appellanten niet-ontvankelijk omdat zij geen procesbelang meer hadden, mede doordat het bezwaar werd gehonoreerd en appellanten geen verzoek tot schadevergoeding hadden ingediend.
In hoger beroep verzochten appellanten alsnog om een schadevergoeding van € 25.000,- voor begrafeniskosten en legeskosten. De Raad oordeelde echter dat de rechtbank terecht het beroep niet-ontvankelijk heeft verklaard, omdat er geen procesbelang meer bestond nu het besluit was ingetrokken en appellanten niet tijdig een verzoek tot toepassing van artikel 8:73 Awb Pro hadden gedaan.
De Raad benadrukte dat een verzoek om schadevergoeding pas kan worden gehonoreerd indien het beroep gegrond wordt verklaard, wat hier niet het geval is. Daarom is geen inhoudelijke beoordeling van het verzoek mogelijk. De Raad bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees het verzoek om schadevergoeding af. Tevens werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.