ECLI:NL:CRVB:2005:AU4698
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.M.A. van der Kolk-Severijns
- R.H.M Roelofs
- S.W. van Osch-Leysma
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-behandeling bijstandsaanvraag wegens niet tijdig aanleveren gegevens
Appellant diende op 8 mei 2000 een aanvraag om bijstand in bij het college van burgemeester en wethouders van Nijmegen. Het college besloot op 9 juni 2000 de aanvraag niet te behandelen omdat appellant niet binnen de gestelde termijn de gevraagde aanvullende gegevens had verstrekt. Appellant maakte bezwaar tegen dit besluit, maar dit bezwaar werd bij besluit van 16 juni 2003 ongegrond verklaard.
In hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep betoogde appellant dat het besluit onterecht was. De Raad overwoog dat op grond van artikel 4:5, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) het bestuursorgaan een aanvraag niet hoeft te behandelen als de aanvrager niet voldoet aan de wettelijke voorschriften of onvoldoende gegevens verstrekt, mits de aanvrager de gelegenheid heeft gehad om binnen een gestelde termijn de aanvraag aan te vullen.
Appellant was bij brief van 16 mei 2000 verzocht de aanvraag aan te vullen met bepaalde documenten en werd gewezen op een afspraak op 30 mei 2000 om deze te overleggen. Hoewel appellant op die datum verscheen, verstrekte hij de gevraagde gegevens niet. De Raad oordeelde dat de gevraagde gegevens noodzakelijk waren voor de beoordeling van de aanvraag en dat appellant redelijkerwijs over deze gegevens kon beschikken. Het feit dat appellant om principiële redenen weigerde deze te overleggen voordat de medewerker zijn bevoegdheid had getoond, deed hieraan niet af. Het college had daarom terecht het besluit genomen de aanvraag niet te behandelen en de rechtbank had dit oordeel correct bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat het college terecht de bijstandsaanvraag niet heeft behandeld wegens het niet tijdig aanleveren van de gevraagde gegevens.