ECLI:NL:CRVB:2005:AU4805
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.C. Schoemaker
- T. Hemelrijk-van den Oudenalder
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring hoger beroep wegens termijnoverschrijding en ontbreken beroepsgronden
Appellante heeft op 16 juni 2005 hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Breda van 17 mei 2005. Volgens artikel 6:5 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) moet het beroepschrift de gronden van het beroep bevatten. Het ingediende beroepschrift bevatte echter geen gronden.
De gemachtigde van appellante werd bij brief van 22 juni 2005 verzocht dit binnen vier weken te herstellen, maar deze termijn werd niet benut. Vervolgens werd bij aangetekend schrijven van 22 augustus 2005 nogmaals een termijn van twee weken gesteld om de beroepsgronden in te dienen, met de waarschuwing dat overschrijding tot niet-ontvankelijkverklaring zou leiden. Ook deze termijn werd niet benut.
De Raad zag geen reden voor verontschuldiging van het verzuim en verklaarde het hoger beroep daarom kennelijk niet-ontvankelijk. Er werd geen toepassing gegeven aan artikel 8:75 Awb Pro. De uitspraak werd op 20 oktober 2005 in het openbaar uitgesproken door R.C. Schoemaker in aanwezigheid van griffier T. Hemelrijk-van den Oudenalder.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet tijdig indienen van beroepsgronden.