ECLI:NL:CRVB:2005:AU4806
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J.S. Spaas
- J.W. Schuttel
- C.W.J. Schoor
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAMIL-uitkering wegens geschiktheid voor geselecteerde functies
Appellant, die sinds 1976 een arbeidsongeschiktheidsuitkering ontvangt na een motorongeval tijdens militaire dienst, kreeg zijn WAMIL-uitkering ingetrokken per 13 november 2000 omdat hij volgens medische en arbeidsdeskundige beoordelingen geschikt werd geacht voor bepaalde functies. Na een medisch heronderzoek en een arbeidsdeskundige beoordeling werden functies geselecteerd die appellant zou kunnen vervullen, ondanks beperkingen op het gebied van buigen, nekgebruik en hand- en vingergebruik.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, waarbij een onafhankelijke deskundige bevestigde dat appellant geschikt was voor functies als lokettist openbaar vervoer, advertentie-acquisiteur en telefonist centralist, maar niet voor vertegenwoordiger. De Raad oordeelt dat de rechtbank de juiste conclusies heeft getrokken en dat het bestreden besluit tot intrekking van de uitkering terecht is gehandhaafd.
De Raad gaat niet mee in de stelling van appellant dat de functie lokettist niet geschikt zou zijn vanwege bijzondere eisen aan hand- en vingergebruik. Uit de rapportages blijkt juist dat appellant voldoende handfunctie bezit om deze functie te vervullen. Ook de overige geselecteerde functies zijn medisch en arbeidsdeskundig verantwoord. Het verlies aan verdienvermogen blijft onder de 15%, waardoor de WAMIL-uitkering niet langer gerechtvaardigd is.
De Raad bevestigt het bestreden besluit en verklaart het beroep ongegrond. Er zijn geen gronden voor toepassing van artikel 8:75 Awb Pro. De uitspraak werd gedaan op 18 oktober 2005 door de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: De intrekking van de WAMIL-uitkering van appellant wordt bevestigd omdat hij geschikt is voor de geselecteerde functies en het verlies aan verdienvermogen onder de 15% blijft.